Logo nationaalgolfmagazine.nl
Foto 1
Foto 1 (Foto: )

Controle op afstand met je putter

Tips & Tricks

Enthousiast zijn we bij de herstart van het golfseizoen allemaal. Maar misschien ook een beetje roestig. Om dat te verhelpen geven vier professionals van Golfpark Wilnis en De Kroonprins Vianen nuttige tips & tricks. In deze derde aflevering behandelt Richard van Stralen de afstanden met de putter.

Putten wordt vaak gezien als het meest ondergewaardeerde onderdeel van het golfspel. Ten onrechte, als je alleen al bedenkt dat de helft van het aantal slagen in par wordt toegeschreven aan de putter. En de Amerikanen roepen niet voor niets: ‘Driving for show, putting for dough’. Oftewel, met de putter wordt het geld verdiend.

Maar om te zeggen dat putten het makkelijkste onderdeel is van je spel, nee. Een juiste lijn lezen is vaak al lastig, en dan moet je ook nog eens het juiste tempo weten te vinden. Precies dat laatste is vaak een probleem. Zijn je putts te vaak te kort of te lang? En gebeurt dit vooral als je op een andere baan speelt? Dan kunnen deze tips je helpen.

Het principe is vrij eenvoudig. Maak telkens een stroke met meer uitslag naar achteren en naar voren waardoor je verschillende afstanden krijgt. Wel is belangrijk dat bij elke stroke hetzelfde ritme wordt gebruikt. Sla dus niet de ene stroke harder dan de andere.

Wil je dit trainen doe dan het volgende:

Zorg voor een zoveel mogelijk vlak stuk green zonder dat je in de lijn holes tegenkomt.

  1. 1.        Plaats vijf tee’s met je putterkop als referentie voor de afstand. De eerste tee is nummer 0 (gebruik eventueel een afwijkende kleur), de andere vier zijn genummerd als 1-2-3-4 (foto 1)
  2. 2.        Plaats je bal bij tee nummer 0 en haal je putter naar achteren tot tee nummer 1, beweeg je putter tot minimaal dezelfde afstand naar voren. Heb je daar moeite mee, plaats dan ook nog vier tee’s voorbij tee nummer 0 (foto 2 en 3)
  3. 3.        Doe ditzelfde bij tee 2, 3 en 4. (foto 4-5-6)
  4. 4.        Meet met stappen de afstanden, deze moeten een logische volgorde hebben. Bijvoorbeeld: 2-4-6-8 stappen of 3-9-12-15. Ook kan dit bijvoorbeeld zijn 2-5-9-14 (foto 7 + 7A)
  5. 5.        Doe dit een aantal maal tot je regelmatig logische afstanden putt.
  6. 6.        Mocht het met een afstand niet lukken, en je hebt gekozen voor 2-4-5-8, leg dan een bal neer op 6 stappen en train deze met de uitslag op tee nummer 3. (foto 8)
  7. 7.        Test daarna je nieuwe manier van putten. Kies een hole, stap deze uit en kies je achterzwaai door met je putterkop de afstand te meten vanaf het midden van de bal naar achter. Is de afstand afwijkend van je standaard afstanden kies er dan bijvoorbeeld een halve putterkop bij. (foto 9)
  8. 8.        Probeer dit ook uit met downhill en uphill putts.

Let op: de afstanden kunnen per dag verschillen door de snelheid van de green en per golfbaan.

Succes met het oefenen en op naar een lagere score!

Meer berichten