Logo nationaalgolfmagazine.nl
(Foto: )

Martijn & Jan Kees

Beste Martijn,

De Europese Tour mag worden gecomplimenteerd met het vullen van de kalender 2020, al is schraalhans keukenmeester. Kleine toernooien, lage prijzengelden.

CEO Keith Pelley noemt het toepassen van andere wedstrijdformules al een paar jaar innovatief, maar volgens mij is het een zwaktebod.

De shootout onlangs op Cyprus was een dieptepunt. Niet de beste golfer van de week werd winnaar, kreeg twee ton en een tourkaart, maar de man die de beste score op dag 4 had.

Ik heb helemaal niets tegen Robert MacIntyre. Hij was in 2019 Rookie of the Year en een zege zat al in het vat. Maar bij dit succes moet je toch vraagtekens zetten.

En dan 2021? De PGA Tour is al sinds begin september met het nieuwe seizoen bezig, maar de Europese Tour zwijgt in alle talen. Ik vraag mij af hoe je – met misschien wel een derde covid-19 golf in het voorjaar op komst – iets kunt plannen.

Zie ik het te zwart in? Zie jij lichtpuntjes?

Groeten,

Jan Kees


Hi Jan Kees,

Het is maar hoe je het bekijkt natuurlijk. Als je de Europese Tour als echte concurrent van de PGA Tour ziet, is de toekomst best somber. 'We' konden en kunnen niet op tegen de vele dollars waarmee aan de andere kant van de oceaan wordt gesmeten. Op (hopelijk) de Rolex Series na, zal de Europese Tour vaker dan voorheen bestaan uit een serie toernooien met kleinere prijzengelden. Als je dat goed doet, hoeft dat helemaal niet erg te zijn, al is het gevaar dat je nog meer dan nu al het geval is, een soort opleidingstour wordt voor Amerika natuurlijk wel groot.

Wil je echt binnenlopen, wil je echt meedoen om de bovenste plaatsen op de wereldranglijst vooral, dan heb je in Europa steeds minder te zoeken. Vergelijk het met de vaderlandse voetbalcompetitie. Daarin spelen niet de beste spelers, is het niveau niet zo hoog als bijvoorbeeld in Engeland, maar ik kijk er niet met minder plezier naar.

Deed ik dat ook naar de zogenaamde Shootout? Niet per se. Ik miste de incentive voor goed spel op de eerste dagen. Landgenoot Johannes Veerman stond na drie dagen bovenaan, had aan het eind van de rit ook de minste slagen gebruikt, maar werd slechts vierde.

Werk aan de winkel!

Groet, Martijn

Meer berichten