
NGF zet vol in op nieuw topgolfplan
door Eric Korver
Nieuwe bezems vegen schoon. Het is een oud gezegde, maar de waarheid als een koe. Oók als het aankomt op topgolf. Nederland, en dus de NGF, bleef jarenlang hangen in goede bedoelingen zonder ooit tot een concreet plan te komen om wél stappen te zetten in de goede richting. Succes was incidenteel. Met de komst van Jan van Merwijk en Nienke Nijenhuis moet dat veranderen. Zij presenteerden in de aanloop naar het KLM Open een nieuw en ambitieus topsportplan.
Ervaring kun je Jan van Merwijk en Nienke Nijhuis niet ontzeggen. Van Merwijk – Algemeen Directeur Sport bij de NGF – komt zelf als actief sporter uit de top van de handbalwereld en deed veel kennis op in de sportwereld. Zo was hij onder andere een kwart eeuw Algemeen Directeur van stadion De Kuip. En Nijenhuis speelde lang zelf topgolf voordat ze diverse functies in de topsport bekleedde. Beide hebben ze vaak genoeg in de keuken bij anderen kunnen kijken om te constateren dat de bestaande topsportstructuur van de NGF niet toereikend is.
Dat blijkt ook wel uit de kille cijfertjes. In het recent gepresenteerde rapport Langetermijnvisie Topgolf wordt geconstateerd dat de Nederlandse golfsector zich op een strategisch kantelpunt bevindt. ‘Hoewel Nederland in absolute ledenaantallen tot de grotere golflanden van Europa behoort, vertoont het onderliggende Ontwikkelsysteem structurele kwetsbaarheden die de internationale concurrentiepositie van het Topgolf onder druk zetten’, wordt in het rapport gesteld.
Urgentie
Met andere woorden: we worden links en rechts ingehaald door landen die op papier minder potentie hebben, maar er wel in slagen de potentie die er is beter te benutten. Bovendien wordt ook vastgesteld dat er urgentie is als het gaat om jeugdgolf. ’De afgelopen tien tot vijftien jaar is de jeugdparticipatie (6-18 jaar) met circa 40 procent gedaald. Tegelijkertijd bestaat minder dan 3 procent van de totale ledenbasis uit jeugdspelers, waarmee Nederland onderaan de Europese ranglijst staat wat betreft relatieve jeugddeelname. Deze ontwikkeling heeft directe consequenties voor de talentpijplijn. Minder instroom aan de basis leidt onvermijdelijk tot een kleinere doorstroom naar elite- en professionele niveaus.’
Ook wordt in het rapport vastgesteld dat er sprake is van een ‘verschuivend internationaal speelveld’. Internationaal is er sprake van versnelde professionalisering. Toonaangevende golflanden investeren doelgericht in onder andere nationale trainingscentra en indoor high-performance faciliteiten, professionalisering van de coachopleiding, data-gedreven talentmonitoring en structurele ondersteuning van jonge professionals. Op die vlakken blijft Nederland achter. ‘Indien Nederland deze ontwikkeling niet structureel beantwoordt, zal de afstand tot de Europese top verder toenemen’, luidt de harde, maar duidelijke conclusie.
En dus moet het anders. Van Merwijk en Nijenhuis hebben gewerkt aan een plan dat Nederland weer aansluiting moet geven bij de toplanden. ,,Dat gaat uiteraard niet van het ene op het andere moment’’, stelt Van Merwijk. ,,Dit is een plan voor de langere termijn, een plan dat houvast moet geven bij het blijvend veranderen van de structuur in de Nederlandse golfsport.’’
Een plan ook dat er concreet toe moet leiden dat Nederland straks structureel spelers in de internationale top aflevert. ,,Je ziet nu dat succes incidenteel is’’, aldus Nijenhuis. ,,Talenten als Joost Luiten zullen eens in de zoveel tijd voorbijkomen, maar daar kun je nooit op rekenen. Door de structuur aan te passen, vergroten we de kans dat talenten werkelijk doorstromen naar de Europese of mondiale top.’’
Die structuur moet worden zoals veel nationale bonden die al hanteren, met regionale of provinciale steunpunten in een piramide, waarbij aan de basis de vijver wordt vergroot en aan de bovenkant de absolute top overblijft. Concrete cijfers worden niet genoemd, maar dat moet wel leiden tot structurele aanwezigheid van Nederlandse golfers in de top honderd van de wereldranglijst en in de top van de WAGR, de internationale amateurranking.
Initiatieven
Als je ziet wat er de afgelopen jaren gebeurde, dan waren het veelal particuliere initiatieven met talentenprogramma’s als GolfTON en de Houtrak Golfacademy waarmee eigenlijk het werk van de federatie werd gedaan. ,,Klopt’’, erkent Van Merwijk. ,,Die initiatieven worden ook ondergebracht in de nieuwe structuur onder verantwoordelijkheid van de NGF.’’
De opzet van de piramide is helder. Van onderaf wordt ingezet met breedtesport en jeugdparticipatie. In de hogere laag gaat het dan om regiotrainingen en Regio Tour. De piramide loopt dan al wat spitser toe. In de derde laag draait het om NGF Talent Academies, en in op één na hoogste laag om de nationale selecties: Oranje, Jong Oranje en TeamNL Disabled. De top van de piramide bestaat uit Golf Team Orange en de professionals.
De ruggengraat van dit model wordt gevormd door de NGF Talent Academies. Zij fungeren als regionale hubs voor talentidentificatie en -ontwikkeling, dienen voor kwaliteitsborging van coaching en als veilig vangnet voor spelers die uit nationale selecties vallen. De Academies vormen een brug tussen clubniveau en nationale selectie. ‘Hiermee verschuift de primaire talentontwikkeling van incidentele selectieprogramma’s naar een duurzame regionale infrastructuur’, aldus het rapport.
Op termijn wordt er zelfs gestreefd naar een nationaal centrum voor topgolf. ,,We zijn ons voorzichtig aan het oriënteren hoe en waar dat vorm zou kunnen krijgen, maar ook dat is iets dat niet meteen op korte termijn gerealiseerd kan worden’’, stelt Van Merwijk. ,,Voor de implementatie van dit plan is al tijd uitgetrokken tot in 2028.’’
